Algemeen
De begroting voor 2027-2030 is gebaseerd op de financiële uitgangspunten van het hoofdlijnenakkoord "Ruimte voor de toekomst". De begroting is voor alle jaren structureel sluitend, oftewel de structurele lasten worden gedekt door structurele baten.
In de begroting zijn de beleidsprioriteiten uit de Kaderbrief 2027-2030 en het hoofdlijnenakkoord verwerkt. Omdat de kaderbrief vanwege de verkiezingen eerder is uitgebracht dan in andere jaren hebben we de loon- en prijsindexaties opnieuw bepaald. Hiervoor zijn de uitgangspunten van het Centraal Economisch Plan (CEP) gebruikt van het Centraal Planbureau, die het Rijk ook heeft gebruikt in de meicirculaire 2026. In de begroting zijn de salarislasten met 5,3% (4,2% 1) verhoogd, de materiële prijsindexatie met 2,6% (2,5% ), de subsidies met 4,63% (3,78% ) en voor belastingen en leges met 1,8% (2,5% ). Voor de indexatie van de gemeenschappelijke regelingen is de indexatie van de FKGR2gebruikt op basis van het advies uit november 2025.
Verder hebben we de financiële uitgangpunten uit de meicirculaire 2026 van het Rijk verwerkt. Daarbij is rekening gehouden met de meeste actuele prognose van woningen en bedrijven en de kapitaallastenontwikkeling met bijbehorende financieringsbehoefte.
Er is nog steeds geen besluit genomen over de herverdeling van het gemeentefonds. Het herverdeeleffect voor Oegstgeest is nu berekend op € 2,2 miljoen nadelig. Het Rijk had eerder besloten om een bedrag van € 15 per inwoner per jaar vanaf de algemene uitkering van 2027 te verwerken, maar heeft dit op basis van een advies van de Raad van het Openbaar Bestuur (ROB) uitgesteld. Er loopt nu een onderzoek op welke manier het advies van het ROB het beste verwerkt kan worden in de verdeling van het gemeentefonds om ongewenste effecten te voorkomen. Het Rijk heeft aangegeven begin 2027 hier meer informatie over te geven, in aanloop naarhet begrotingsjaars 2028. We verwachten hier begin 2027 meer informatie over te ontvangen, zodat duidelijkheid ontstaat over het ingroeipad waarmee de algemene uitkering in de komende jaren wordt verlaagd. Hierdoor kunnen we anticiperen op de lagere algemene uitkering. Voor Oegstgeest gaat dit om ongeveer € 400.000 per jaar als het ingroeipad van € 15 per inwoner per jaar uitgangspunt blijft. In dat geval is het gehele herverdeeleffect van € 2,2 miljoen in 6 jaar volledig verwerkt in onze meerjarenbegroting.
Overzicht totaalmutaties begrotingssaldo
Omschrijving | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
|---|---|---|---|---|
Saldo begroting 2026-2029 | € -1.121 | € 650 | € 68 | € 68 |
Mutaties begroting1 | € -1.308 | € -3.347 | € -3.084 | € -3.400 |
Saldo begroting2 | € -2.428 | € -2.697 | € -3.016 | € -3.332 |
Omschrijving | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
|---|---|---|---|---|
Structureel resultaat | € -2.456 | € -2.728 | € -4.260 | € -4.568 |
Incidenteel resultaat | € 28 | € 31 | € 1.244 | € 1.236 |
Totaal resultaat1 | € -2.428 | € -2.697 | € -3.016 | € -3.332 |
Verwerking van het hoofdlijnenakkoord
Zoals hierboven vermeld is het hoofdlijnenakkoord van de nieuwe coalitie verwerkt in de begroting. In onderstaande tabel is aangegeven hoe de begroting 2027 zich verhoudt tot de bedragen die in het hoofdlijnenakkoord zijn opgenomen.
Omschrijving | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
|---|---|---|---|---|
Saldo Hoofdlijnenakkoord | € -2.216 | € -1.585 | € -2.058 | € -2.516 |
Saldo begroting | € -2.428 | € -2.697 | € -3.016 | € -3.332 |
Te storten in investeringsreserve hoofdlijnenakkoord | € 2.216 | € 1.585 | € 2.058 | € 2.516 |
Resterend begrotingsoverschot1 | € -212 | € -1.112 | € -958 | € -816 |
De tabel laat het verschil zien tussen de begroting 2027-2030 en het verwachte voordeel van het hoofdlijnenakkoord. Hieruit blijkt dat het saldo voordeliger uit is gevallen. Met name vanaf 2028 loopt het verschil in positieve zin op.
Integrale Investeringsagenda (IIA)
De gewenste besluitvorming door de raad over de Integrale Investeringsagenda (IIA) in het voorjaar van 2027 zal invloed hebben op de begrotingen voor de komende jaren. Voor de jaren 2027 – 2030 nog in beperkte omvang, voor het doorzicht op 12 en 30 jaar in veel grotere mate. Reden is dat met name rente en aflossing worden geboekt en de lasten daarmee over meerdere jaren gespreid worden.
Het Integraal Huisvestingsplan scholen (IHP) maakt een belangrijk deel uit van de IIA. De planning en kosten, zoals in het vigerende IHP zijn opgenomen, zijn niet realistisch meer, vooral omdat scholen in een wachtrij met betrekking tot vervangende huisvesting staan, die tot vertraging heeft geleid.
Samen met de scholen onderzoeken wij de mogelijkheden om meer vaart te maken door oplossingen per school op maat uit te werken, voor kosten die gedragen kunnen worden door onze begroting.
Een andere groot deel van de IIA is het Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP). Dit zijn multidisciplinaire projecten, vaak bestaande uit riolering, kabels, wegen en groen tezamen Afstemming tussen verschillende partijen (nutsbedrijven, bewoners, aannemers) zorgt vaak voor vertraging, waardoor kostenramingen, zeker met de stijgingen de laatste jaren, achterhaald zijn geraakt.
Daarom worden ook deze kosten opnieuw geraamd en zullen de projecten als onderdeel van het IIA aan de raad worden voorgelegd ter besluitvorming.
Sociaal Domein
De uitgaven voor het sociaal domein blijken niet goed te prognosticeren. Juist voor gemeenten met een omvang als Oegstgeest kunnen de schommelingen van jaar tot jaar behoorlijk fluctueren, bijvoorbeeld door gezinnen met een zware problematiek, of een toestroom naar de bijstand vanuit de groep statushouders. Daarbij geldt dat de middelen vanuit het rijk die uitgaven maar ten dele compenseren.
Er ligt een goed pakket aan maatregelen om hier regionaal (regio Holland Rijnland en Leidse regio) meer grip op te krijgen. Implementatie daarvan vergt tijd en voldoende menskracht. Verwachte kostenbesparingen dan wel stabilisatie van de kosten, kan daarom langer dan begroot op zich doen wachten.
Kengetallen in het kort:
In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing staat een uitgebreide toelichting op de diverse kengetallen. Hieronder presenteren we de drie belangrijkste kengetallen .
Kengetallen | Realisatie | Begroting | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | |
Netto schuldquote | 42,9% | 49,9% | 75,6% | 88,6% | 104,1% | 132,4% |
Solvabiliteitsratio | 34,6% | 33,9% | 29,5% | 28,1% | 27,7% | 25,2% |
Structurele exploitatieruimte | 2,5% | 3,4% | 2,6% | 2,6% | 3,7% | 4,0% |
Ten opzichte van de begroting 2026 laten de financiële ratio's voor 2027 een duidelijke verbetering zien als gevolg van de uitgangspunten in het hoofdlijnenakkoord. Vanaf 2030 verslechteren de kengetallen zich door de toegenomen investeringen. Dit is duidelijk zichtbaar bij de ontwikkeling van de netto schuldquote, die in 2030 licht boven 130% uitkomt. Dit komt onder andere door het realistisch begroten van investeringen in onderwijshuisvesting (IHP), de openbare ruimte (MJOP) en de investering in het zwembad. Het kengetal zal na 2030 verder stijgen door de genoemde investeringen, hoewel de meerjarige ontwikkeling van dit kengetal zoals in de tabel opgenomen in de werkelijkheid vaak iets gunstiger is. Het kengetal is namelijk sterk afhankelijk van de totale opbrengsten in de begroting. Deze opbrengsten worden na 2027 niet geïndexeerd, waardoor het werkelijke kengetal circa 15% tot 20% lager zou kunnen uitpakken. Als de planning van grote investeringen verder opschuift, heeft dit vanaf 2028 tijdelijk ook een gunstig effect op het kengetal, totdat de investeringen uiteindelijk zijn uitgevoerd. Dit laatste effect ziet u in de jaarrekening 2027 terug, als dit zich voordoet.
De solvabiliteit neemt in het meerjarenbeeld langzaam af doordat er meer leningen nodig zijn voor de uitvoering van de geplande investeringen. Hierdoor neemt het vreemd vermogen toe en komt de verhouding eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen onder druk te staan. De solvabiliteitsratio blijft in alle jaren nog steeds ruim boven 20%.
Tot slot blijft ook het structurele exploitatieruimte positief, waardoor er ruimte is om de investeringsreserve aan te vullen ter dekking van toekomstige afschrijvingslasten van nieuwe investeringen. In de nog op te stellen Integrale Investeringsagenda komen we hier op terug.