1. Inleiding
In de paragraaf Financiering zetten we de financieringsfunctie uiteen voor de jaren 2027-2030. In de paragraaf Algemene ontwikkelingen komen de renteontwikkelingen en ontwikkelingen in de wet- en regelgeving aan de orde. In de paragraaf Ontwikkelingen gemeente Oegstgeest geven we een toelichting op de renterisiconorm, de kasgeldlimiet en de financiering van de gemeente.
2. Algemene ontwikkelingen
Renteontwikkelingen
De rente op de geld- en kapitaalmarkt wordt naast macro-economische ontwikkelingen voornamelijk bepaald door het beleid van de Europese Centrale Bank (ECB). Het doel van de ECB is prijsstabiliteit. Een inflatie van 2% op de middellange termijn wordt als ideaal gezien.
De ECB heeft geen directe invloed op stijgende prijzen (inflatie). Maar de centrale bank kan met haar monetaire beleid de inflatie wel indirect beïnvloeden. Voor het monetaire beleid beschikt de ECB over verschillende instrumenten. De zogenoemde beleidsrente is een belangrijk instrument. Die rente bepaalt de rentetarieven voor banken om geld bij de ECB te lenen of aan te houden.
Na een periode met een stabiele rente, is de ECB medio 2026 begonnen met de rente stapsgewijs te verhogen. De ECB doet dit wanwege de opgelopen inflatie. Het is de verwachting dat er ook in het eerste deel van 2027 een relatief hoge rente nodig zal zijn om de inflatie te beperken.
Het beleid van de ECB heeft de grootste invloed op de kortlopende rente. De langlopende rente wordt momenteel hoofdzakelijk bepaald door de geopolitieke ontwikkelingen. De langlopende marktrente laat zich daardoor niet voorspellen. Op termijn lijken zowel een rentestijging als een rentedaling een realistisch scenario.
In de begroting houden we rekening met een rentepercentage van 3,5% voor het aantrekken van nieuwe leningen. Hiermee houden we budgettair dus geen rekening met een nieuwe periode van rentestijging binnen het meerjarenbeeld. Dit lijkt, vanwege de huidige markstomstandigheden, ook verantwoord. Door het lopende investeringsprogramma kan een verdere renteverhoging of -verlaging een relatief groot effect hebben op de gemeentebegroting. We blijven de kapitaalmarkt daarom nauwlettend volgen en indien nodig komen we bij de volgende begroting met voorstellen om ons beleid aan te passen.
Renteprognoses | |||||
|---|---|---|---|---|---|
Omschrijving | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
Rente kapitaalmarkt | 3,50% | 3,50% | 3,50% | 3,50% | 3,50% |
Rente geldmarkt | 2,00% | 2,00% | 2,00% | 2,00% | 2,00% |
Op basis van een lening met een looptijd van 30 jaar, rentevast en aflossing in gelijke delen.
3. Ontwikkelingen gemeente Oegstgeest
In de Wet financiering decentrale overheden (wet Fido) staan de kaders voor een verantwoorde en professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie van decentrale overheden.
Kasgeldlimiet
De gemiddelde vlottende schuld, over drie maanden gezien, is voor een gemeente gelimiteerd op 8,5% van het begrotingstotaal. Onze kasgeldlimiet heeft het volgende verloop:
Kasgeldlimiet 2025: € 7,2 miljoen
Kasgeldlimiet 2026: € 7,6 miljoen
Kasgeldlimiet 2027: € 7,6 miljoen
Voor 2027 verwachten wij geen overschrijding van de kasgeldlimiet.
De renterisiconorm
Over de langlopende schuld mogen de jaarlijkse aflossingen en renteherzieningen niet meer bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. In onderstaande tabel staat de verwachte ontwikkeling van de renterisiconorm voor de komende jaren:
Renterisiconorm (bedragen x € 1.000) | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
1 | Begrotingstotaal | 88.940 | 89.311 | 95.844 | 81.996 | 80.902 |
2 | Wettelijk percentage | 20% | 20% | 20% | 20% | 20% |
3 | Renterisiconorm (1x2) | 17.788 | 17.862 | 19.169 | 16.399 | 16.180 |
4 | Renteherzieningen | 0 | 0 | 0 | ||
5 | Aflossingen | 4.995 | 2.648 | 2.876 | 2.353 | 2.770 |
6 | Bedrag waarover renterisico gelopen wordt (4+5) | 4.995 | 2.648 | 2.876 | 2.353 | 2.770 |
7 | Ruimte onder renterisiconorm (3-6) | 12.793 | 15.215 | 16.293 | 14.046 | 13.411 |
In de tabel zijn de regels genummerd zodat herkenbaar is welke onderdelen berekend worden.
Bijvoorbeeld: Renterisiconorm = (1)Begrotingstotaal x (2)Wettelijk percentage.
De bedragen aan langlopende leningen waarover we een renterisico lopen de komende jaren, blijven binnen de wettelijke norm (wet Fido).
De leningenportefeuille
De leningenportefeuille per 1 januari 2026 bedroeg € 40,9 miljoen. In de tabel hieronder is te zien dat er nieuwe leningen zullen worden aangetrokken, waardoor de schuld in 2026 zal dalen maar daarna jaarlijks zal toenemen. Voor 2027 verwachten we voor ca. € 25 miljoen aan langlopende leningen aan te trekken. Met de exploitatielasten van de leningen hebben we in de begroting rekening gehouden.
Ontwikkeling Leningenportefeuille | ||||
|---|---|---|---|---|
Omschrijving | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
Stand 1 januari | 39.025 | 61.225 | 72.660 | 82.811 |
Nieuwe leningen | 24.847 | 14.311 | 12.504 | 27.529 |
Reguliere aflossingen | 2.648 | 2.876 | 2.353 | 2.770 |
Stand per 31 december | 61.225 | 72.660 | 82.811 | 107.570 |
Rentelasten | 1.012 | 1.610 | 1.991 | 2.621 |
De verwachte ontwikkeling van de leningenportefeuille moet in samenhang worden gezien met het verwachte verloop van de activa, de voorraad grond, het eigen vermogen en de vlottende schuld. Hiervoor verwijzen wij naar de in deze begroting opgenomen geprognosticeerde begin- en eindbalans in hoofdstuk 4.2.1.
Rentemethodiek en renteresultaat
Voor de toerekening van de rentelasten maken we gebruik van de renteomslagmethode. Het totaal van de rentelasten wordt daarbij ‘omgeslagen’ over het geheel van de investeringen/activa. De rentelasten zijn het totaal van de rentelasten op de langlopende geldleningen en de kortlopende financiering minus de renteopbrengsten van 'overtollige' middelen.
Door toepassing van de renteomslagmethode rekenen we de rentelasten toe aan de taakvelden in de bijbehorende programmabegroting. De achterliggende gedachte hierbij is dat de gehanteerde omslagrente een reëel percentage is. We ronden het berekende omslagpercentage, binnen een marge van 0,5%, af naar 1,4% en hanteren dit percentage ten behoeve van de renteomslag. Zodra de afwijking tussen de gehanteerde omslagrente en de werkelijke rentelast groter wordt dan 0,5% dient de gehanteerde omslagrente aangepast te worden.
Renteresultaat op taakveld Treasury | 2027 | |||
|---|---|---|---|---|
a | De externe rentelasten | 1.146 | ||
b | De externe rentebaten | -45 | ||
Saldo rentelasten en rentebaten | 1.100 | |||
c1 | De rente doorberekend aan facilitaire grondexploitaties (kostenverhaal) | 0 | ||
c2 | De rente van projectfinanciering richting het taakveld | 0 | ||
c3 | De rentebaat van doorverstrekte leningen richting het taakveld | 0 | ||
Saldo aan taakvelden toe te rekenen externe rente | 0 | |||
d1 | Rente over eigen vermogen | - | ||
d2 | Rente over voorzieningen | - | ||
Saldo rente over het eigen vermogen en de voorzieningen | 0 | |||
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente | 1.100 | |||
Totaal aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) | -1.282 | |||
Renteresultaat op het taakveld Treasury (-/- = voordeel) | -182 |
Voor deze renteomslag hanteren we een vast percentage. Voor 2027 bedraagt de omslagrente 1,4%. Doordat er een verschil is tussen het gehanteerde omslagpercentage en het werkelijke percentage ontstaat een renteresultaat. Het gepresenteerde voordeel van € -182.000 betekent dat de gehanteerde omslagrente hoger is dan het werkelijke percentage. We rekenen dus meer rente door naar onze activa dan dat we daadwerkelijk betalen aan de geldverstrekkers. Het verschil bevindt zich binnen de gestelde bandbreedte, wat betekent dat we een reëel rentepercentage toerekenen aan de activa.
4. Schuldpositie
Hieronder geven we het verwachte verloop van de netto schuldpositie weer. Voor de definitie van de netto schuld wordt verwezen naar hoofdstuk 3.2.2 Paragraaf weerstandsvermogen (onderdeel 5. kengetallen, tabel bij het kengetal Netto schuldquote). In deze tabel staat een subtotaal 'Totale netto-schuld' van de onderdelen A t/m G, wat overeenkomt met onderstaande getallen.
(Bedragen x € 1.000.000) per 31 december | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
|---|---|---|---|---|---|
Netto Schuldpositie | 42,9 | 65,1 | 77,1 | 86,0 | 110,7 |